top of page

San Andrés

  • Foto van schrijver: Marthe
    Marthe
  • 6 aug
  • 4 minuten om te lezen

Hoewel San Andrés officieel bij Colombia hoort, ligt het eiland verrassend dicht bij Nicaragua. Midden in de Caribische Zee voelt het dan ook heel anders dan het Colombiaanse vasteland. San Andrés staat vooral bekend om de ‘zee van zeven kleuren’: het water varieert van helder turquoise tot diepblauw. De sfeer is een bijzondere mix van Colombiaanse en Caribische invloeden, met kleurrijke huizen, reggae, verse vis en een heerlijk ontspannen eilandleven.



Het vinden van een hotel was alleen een interessante zoektocht. Bijna alles wat we online tegenkwamen, zag er een beetje matig uit. Uiteindelijk huurden we samen met Lisandre, een vriendin van Zen, een appartement op het eiland. Het was groot: een keuken, een woonkamer, twee badkamers en twee slaapkamers. Ideaal.


Er zat alleen airconditioning in de slaapkamers. Gelukkig was er airconditioning, want die hadden we echt nodig. Veel keuze bood het apparaat niet: hij kon aan of uit. Dat was het volledige bedieningspaneel. Het water in de badkamer was koud en dekens waren er niet.

Waarschijnlijk omdat het op San Andrés tropisch warm is, maar toch slaap ik graag met íéts over me heen. Al is het maar een dun lakentje, zodat ik het gevoel heb dat ik me enigszins beschermd ben.


De eerste avond wandelden we wat over het eiland. San Andrés is klein genoeg om in een paar uur met een golfkarretje rond te rijden. Opgevoerde golfkarren zijn hier zo’n beetje het standaardvervoer voor toeristen. Overal reden types rond die rechtstreeks uit Oh Oh Cherso leken te komen: enorme boomboxen, panterprintbikini’s, geblondeerd haar en verdacht opgepompte lichamen. Dit alles in luxe, glimmende en vooral heel luide golfkarren.



Wij, Lisandre, Arinjay, Zen en ik horen daar natuurlijk niet bij. Daarom huurden we een keurig rood karretje. Arinjay was de enige die zijn rijbewijs bij zich had en werd automatisch onze designated driver. Volgens de regels op het eiland hadden we geen internationaal rijbewijs nodig, zolang de bestuurder zijn gewone rijbewijs maar bij zich had. Ik had op dat moment nog helemaal geen rijbewijs (NU WEL TROUWENS!) en de anderen hadden dat van hen gewoon niet meegenomen.



Waar je je op het eiland ook bevindt, de zee is bijna altijd zichtbaar. En overal is het water even blauw en helder. Tijdens een wandeling langs het strand kreeg Arinjay plotseling zin in een kokosnoot. Langs de kant van de weg stond een man met een aantal kokosnoten. Hij zag eruit als een zwerver, maar dat hield Arinjay niet tegen. Hij betaalde veel te veel geld voor een kokosnoot die bij het openen ook nog eens verrot bleek te zijn. Zoals te verwachten was, smaakte hij verschrikkelijk.



Tijdens onze tocht met de golfkar stopten we bij verschillende uitzichtpunten. Een daarvan was een privéstrand, waar we heerlijke coconut lemonade dronken en in zee zwommen. Vanaf het strand kon je met een bootje naar een scheepswrak. Toevallig kende iemand van de strandtent wel een mannetje dat ons ernaartoe kon brengen. Zo gezegd, zo gedaan.



We stapten in een klein bootje en voeren richting het wrak. Daarnaast lag een piepklein eilandje met een huis erop dat, voor zover ik me herinner, zo uit Dragon Ball leek te komen. We spraken af dat de schipper ons na een uur weer zou ophalen. Genoeg tijd om te snorkelen, het wrak te bekijken en daarna terug te varen.


Na een uur was hij er niet.


Anderhalf uur later ook niet.


Toen twee uur.


We zaten midden in de brandende zon op een piepklein eiland, weinig schaaduw en zonder enig idee waar onze schipper was gebleven. Uiteindelijk zagen we hem in de verte aankomen.

Eindelijk! Alleen zag hij óns blijkbaar niet. Hij draaide zijn boot om en voer doodleuk weer weg.


Daar zaten we dan. Opnieuw achtergelaten.


We probeerden andere booteigenaren aan te klampen en vroegen of iemand onze schipper kende of contact met hem kon opnemen. Sommigen probeerden gelukkig te helpen.


Anderen reageerden ongeveer met: “Niet ons probleem, succes ermee.” Een groepje op een andere boot vond onze situatie vooral heel grappig en lachte ons uit.


Na vier uur kwam ons vervoer eindelijk terug om ons op te halen. Tegen die tijd waren we al serieus aan het bespreken of we naar het hoofdeiland konden zwemmen.

Zo veranderde een onschuldig tripje naar een eiland bij een scheepswrak in een geïmproviseerde aflevering van Expeditie Robinson. Zonder eten, zonder schaduw en vooral zonder betrouwbare schipper.



Over het algemeen voelde San Andrés veilig aan, al werd ons wel aangeraden om als buitenlandse toerist bepaalde wijken te vermijden. Het eiland heeft een uitgesproken Caribische sfeer: alles gaat op een ontspannen tempo, het leven speelt zich grotendeels buiten af en soms lijkt het alsof er maar weinig regels bestaan. Dat maakt het eiland levendig en charmant, maar af en toe ook wat chaotisch.


Het was absoluut een leuke trip en we hebben er genoeg meegemaakt, maar als ik eerlijk ben, reis ik liever naar Miyakojima, een Japans eiland in Okinawa. De zeeis daar nog blauwer, de stranden zijn schoner en alles voelt rustiger en beter georganiseerd. Ook zijn de mensen beleefder en kun je zonder zorgen je spullen op het strand achterlaten wanneer je gaat zwemmen. Op San Andrés kan dat uiteraard niet.


San Andrés was zeker een ervaring om niet te vergeten.



 
 
 

Opmerkingen


© 2026 by Marthe Efftink

bottom of page