top of page

Nederland (en even Berlijn)

  • Foto van schrijver: Marthe
    Marthe
  • 14 aug 2025
  • 7 minuten om te lezen

Toen mijn visum begin dit jaar opnieuw maar voor één jaar werd verlengd, was ik best teleurgesteld. Normaal gesproken gaat het zo: eerst één jaar, daarna drie jaar, vervolgens vijf jaar en dan pas een permanente verblijfsvergunning. (En nee, een permanente verblijfsvergunning betekent géén Japans paspoort.)


Omdat ik er al een jaar op had zitten, had ik eigenlijk een visum voor drie jaar moeten krijgen. Ik had goede hoop en schreef me daarom meteen in voor vijf jaar, want je weet maar nooit. Stiekem dacht ik dat het zou kunnen lukken, omdat Nederland en Japan goede betrekkingen hebben. En soms heb je in Japan als westerling net dat beetje geluk aan je zijde.


Dus toen ik mijn Japanse identiteitskaart (die als visum geldt) mocht ophalen, was ik teleurgesteld: weer maar één jaar. De reden? Ons huwelijk is niet in Nederland geregistreerd. Volgens de Nederlandse wet hoeft dat helemaal niet. Ik hoef mijn Japanse huwelijk dus niet officieel in Nederland te registreren. Later kreeg ik daar zelfs nog een officiële brief met stempel voor (want ja, stempels zijn belangrijk), waarin zwart op wit stond dat dit écht niet nodig is.

Toch hebben we, om andere technische redenen, besloten het huwelijk ook in Nederland te registreren. Dat betekent dat ik fysiek aanwezig moet zijn in Nederland. ("Ja maar dat kan toch via de ambassade?" sssht, in mijn situatie ligt dat wat ingewikkelder.) Daarom hebben we begin dit jaar een trip naar Nederland gepland. In de zomer, precies wanneer het in Japan op zijn heetst is en Obon (zeg maar de bouwvak van Japan) plaatsvindt.


Tot een paar weken voor vertrek zat ik nog volop in de Japanse taallessen. We hadden geluk dat de hitte dit jaar niet te vroeg begon en dat het regenseizoen in juni niet al te nat was. Daardoor hebben we nog veel kunnen doen voordat we naar Nederland vertrokken.

In Nederland heerste ondertussen een hittegolf van boven de 30 graden, terwijl het in Japan juist heerlijk aangenaam was. En precies in de week dat wij naar Nederland gingen, koelde het daar gelukkig af én begon de temperatuur in Japan op te lopen. Perfecte timing!





We landden eerder op het vliegveld dan verwacht. Alles verliep zó soepel: we waren razendsnel door de controle en onze bagage rolde meteen van de band. Letterlijk alles liep op rolletjes. Het enige nadeel: we hebben daarmee ons eigen ontvangstcomité verpest. We stonden eerder door de deuren dan dat mijn ouders er waren. Geen All You Need Is Love-taferelen dus. Het ging verrassend snel en ik denk dat ik nog nooit zo snel uit een vliegtuig en de luchthaven ben gekomen. Recordtijd!

Op Schiphol kregen we alsnog een warm welkom en daarna zijn we naar huis gereden. Mijn ouders hadden een prachtige kamer voor ons klaargemaakt. Teuns oude slaapkamer is inmiddels omgetoverd tot yoga- en relaxruimte, maar voor nu was het even als onze slaapkamer. Het was al laat en na wat bijpraten waren we er allebei wel klaar voor: tijd om te gaan slapen.


Mijn vader had Yuki opgehaald bij oma. Zodra hij thuis was, stond Yuki meteen te snuffelen aan mijn koffers en Zens schoenen. Hij rook mij en wist meteen dat ik er was. Halverwege de trap stond hij al te wachten, want daar moest hij zijn. Ik hoorde de commotie beneden en ben direct naar hem toe gegaan. Yuki werd helemaal gek: springen over stoelen en banken, hij wist niet wat hij met zichzelf aan moest. Zo fijn om te zien dat hij, na twee jaar, nog steeds zo blij is om me weer te zien.




De eerste week was het gezellig druk met allerlei activiteiten. Zo zijn we onder andere naar Giethoorn geweest. Ik had Zen al een paar keer verteld over Giethoorn, de “Venetië van Nederland”. Voor mij was het inmiddels de derde keer (?) dat ik er kwam. Het blijft gewoon schattig en een bootje huren is altijd leuk, dus dat hebben wij natuurlijk ook gedaan. Twee uur lang varen door Giethoorn en de Nederlandse natuur. Heerlijk ontspannen, al was het eigenlijk best warm zonder zonneparaplu. Maar vooral: heel gezellig.


In het weekend vierden we mama’s verjaardag. De tuin was knus versierd met een Nederlands én Japans thema. Voor Zen betekende dat meteen een grote ontmoeting: hij zou de hele familie leren kennen. Hij zegt van niet, maar volgens mij vond hij dat stiekem best spannend. Logisch ook, zoveel nieuwe mensen in één keer. Gelukkig had hij het erg naar zijn zin en zei hij achteraf dat iedereen in mijn familie super aardig was én verrassend goed Engels sprak. En voor wie dat niet kon, lukte het ook prima in het Duits.



We zijn ook nog naar Wildlands geweest. In Japan ben ik in een aantal dierentuinen geweest, maar eerlijk gezegd ben ik daar nooit echt enthousiast over. Tegen Zen heb ik vaak verteld over mijn werk bij Wildlands en over hoe anders de dierentuinen in Nederland zijn vergeleken met Japan.


Of Wildlands de mooiste dierentuin is die ik ooit heb gezien weet ik niet, maar hij staat zeker in mijn persoonlijke top drie. Het Kompas, mijn oude werkplek, een rond gebouwtje dat midden op het Kompasplein bij de ingang stond , is inmiddels gesloopt. Op die plek vind je nu een mooie vijver/aquarium en een paar nieuwe dierenverblijven. Ook waren er inmiddels wasberen en een soort paarden die er in mijn tijd bij Wildlands nog niet waren.


Ook al ben ik al ontelbaar vaak in Wildlands geweest, ik was nog nooit in de Jungola-loopbruggen geweest (dat klim- en klauter-ding in de jungle-afdeling). Nou, even tussen ons: wat was dat verschrikkelijk KUT. Sorry hoor, maar het is daarbinnen echt bloedheet.

In het begin was het nog wel grappig. Een beetje klimmen en over die bruggen lopen, dat ging nog wel. Maar er leek maar geen einde aan te komen. Toen we eindelijk dachten dat we eruit waren en omlaag konden klimmen, moesten we nog een riviertje oversteken. “Hehe, we zijn er bijna,” dacht ik. MAAR NEE. We konden geen kant op en werden gewoon weer terug dat klimpark in gestuurd.

Ik begon inmiddels licht claustrofobisch te worden en was doodmoe van al dat geklim. Onderweg heb ik zelfs een paar kinderen moeten vragen waar de uitgang was. En oh, wat was ik blij toen we er eindelijk uit kwamen!



We zijn niet alleen in Nederland gebleven, maar hebben ook een uitstapje gemaakt naar Berlijn. We zaten in een superleuke buurt vol gezellige cafeetjes en restaurants. Echt sfeervol, en ik snap helemaal waarom Zen zo gek is op Berlijn.


Natuurlijk hebben we ook de nodige toeristische dingen gedaan (wat moet je anders?). We hebben de Brandenburger Tor bezocht, waar fietsers ons nog waarschuwden goed op te letten voor zakkenrollers. Verder maakten we een wandeling langs verschillende oude gebouwen, deden we een guided tour door de Berliner Unterwelten (aanrader!) en namen we een kijkje bij Zens oude school, de ESMT, waar hij zijn business MBA heeft gehaald.



Terug in Amsterdam hebben we ook nog even de toerist uitgehangen. We namen de bus naar de Zaanse Schans. Ik was daar zelf nog nooit geweest en het was leuk om eindelijk eens te zien waar al die toeristen nou eigenlijk voor komen. En voor mij natuurlijk weer een kans op wat leuke foto’s. Blijkbaar willen ze er volgend jaar entree voor gaan vragen: €17,50 per persoon! De Zaanse Schans was leuk hoor, maar niet €17,50-leuk… Dus goed dat we er nu nog heen zijn gegaan.


We hebben daarna nog even door Amsterdam gewandeld en lekker geluncht. De volgende dag moest Zen alweer terug naar huis. Ik bracht hem naar het vliegveld en reisde daarna alleen terug. Gelukkig had ik nog twee extra weken om tijd door te brengen met vrienden, familie en natuurlijk de dieren.




De twee weken daarna had ik het vooral druk met mensen zien en op pad gaan. Ik ben met mijn moeder naar marktjes geweest, heb gezellig geluncht met oma en al mijn vrienden kunnen zien.


De eerste die ik bezocht was Marianne (die in het voorjaar ook in Japan langs kwam). Ik heb haar appartementje bekeken, haar katje Pixie geaaid, een taartje gegeten en we zijn lekker uit eten geweest. Daarna maakte ik een lange reis naar Kaatsheuvel om de andere Marianne te bezoeken. Onderweg stopte ik nog even in Zwolle om bij te kletsen met mijn nichtje Ellen. Supergezellig, ik hoop dat ze snel een keer naar Japan komt!

Marianne in Kaatsheuvel heeft inmiddels een huis, woont samen met haar vriend en heeft net twee jonge katjes. Echt verschrikkelijk schattig. Het was ook leuk om eindelijk haar vriend te leren kennen. We hebben een bordspel gedaan dat ik zó leuk vond dat ik het zelf ook heb gekocht (nu alleen nog zien of het ook echt gespeeld gaat worden).



Ik ben ook nog naar Utrecht geweest om te shoppen met Sanne. Ik heb haar vriend leren kennen en het was opnieuw supergezellig. Ik kon bij haar blijven slapen zodat ik niet steeds heen en weer hoefde te reizen. De dag erna sprak ik af met Tijn. Fijn om weer bij te kletsen en samen Utrecht door te lopen. Ik was er al wel eens geweest, maar nog nooit echt in het centrum. Wat een gezellige stad is Utrecht!



De laatste stad die nog op mijn lijstje stond was Groningen. Daar heb ik bijgepraat met Silvia en Denise. We hebben gezellig drankjes gedaan en met Denise ben ik naar een hidden bar geweest. Je komt binnen via een soort loods/opslag, waar je eerst een deur moet vinden die toegang geeft tot de bar. Binnen was het klein maar heel sfeervol, en ze serveerden er unieke cocktails.




Het was heel fijn om al mijn vrienden weer te zien en bij te kunnen kletsen!

De tijd vloog voorbij en voor ik het wist was het alweer tijd om terug naar huis te gaan. Dat betekende ook afscheid nemen van het Nederlandse eten (al ga ik dat eerlijk gezegd niet héél erg missen… maar stroopwafels en kroketjes zijn toch wel erg lekker), van de dieren en natuurlijk van mijn familie.



p.s. ik denk dat Oswald hoogtevrees heeft. Hij wil nooit opgepakt worden en zie hem ook eigenlijk nooit hoog zitten. Hij vind het geen probleem om opgepakt en geknuffeld worden, zolang zijn achterpoten maar op de grond blijven staan.

Opmerkingen


© 2024 by Marthe Efftink

bottom of page